zaterdag 3 december 2011

wu wei

Een chinees begrip dat mij fascineert omdat ik vermoed dat het over iets gaat waar wij geen echt woord voor hebben al komt het woord "flow" misschien enigszins in de buurt.
Wij hebben er geen woord voor op dezelfde manier als voor het chinese chi dat ook niet vertaalbaar is omdat het - zowel zin als onzin - verankerd is in 3000 jaar chinese cultuur. Een cultuur waarin ik mij ook nog eens niet naar behoren heb verdiept al zou dat waarschijnlijk ook niet veel helpen.
Alles wat volgt is dus speculatief en vermoedelijk projectie van mijn eigen preoccupaties.
Zelfs een beginnende pianospeler verricht in mijn ogen al een klein wonder omdat zijn linker hand niet weet wat zijn rechterhand doet. Na enige oefening zijn zijn beide handen samen in staat om tientallen juiste toetsen in de minuut aan te slaan op instructie van de noten op het muziekblad dat zijn ogen waarnemen. Een motorisch wonder dat hij alleen kan voltrekken door geheel te vertrouwen op de impulsen van zijn zenuwstelsel. Zodra er een interventie komt van de eigen wil, verlangen, ambitie of enige andere vorm van ego, zelf of zelfbewustzijn komt er niets meer van terecht. Onze wil en ons bewustzijn zijn als sturende instantie veel te traag. Het is niet "ik speel"maar "er wordt gespeeld"; het "ik" is niet meer dan een toeschouwer.
Je ziet het ook mooi in de wereld van de sport. Twee tennisspelers drijven elkaar in een finale naar grote hoogten van anticipatie en precisie. Het einde van de match nadert en een van beiden beseft plotseling dat hij met nog twee rake klappen het kampioenschap in handen heeft - en plotseling raakt hij geen bal meer.
Of een voetballer uit vorm: iemand die heel erg zijn best doet maar altijd een fractie van een seconde te vroeg of te laat is. Hij mist uit overijver de kunst van het loslaten.
Hetzelfde zien wij bij spreken in het openbaar - zodra het zelfbewustzijn intervenieert hoort de spreker zichzelf praten, begint te stotteren en valt stil als aan de grond genageld.
En niet voor niets riepen de grote dichters en zangers de muze aan om bijstand. Niet hijzelf droeg voor maar Zij sprak door zijn mond. Loslaten dus. Maar niet dan na eerst intens te oefenen natuurlijk en het in het lichaam in te slijpen.
Het interessante nu is dat de Taoisten wu wei, de kunst van het loslaten, veel breder lijken op te vatten dan in de vooral motorische context waarin ik het nu heb gepresenteerd. Waarover later meer.
     

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen