zaterdag 12 november 2011

godsdienstgeschiedenis 2: het langzaam verdwijnen van God

Vervolg op godsdienstgeschiedenis 1. En het ging om de vraag: welke god?
De opkomst van het monotheisme betekende uiteraard tevens het einde van elke vorm van religieuze tolerantie. Die ene God is een jaloerse god. Hij is niet de enige als niet alle andere Goden met wortel en tak zijn uitgeroeid. Ook dient met het oog daarop liefst iedere persoon, elke stam of volk dat het waagt nog in een andere goden te geloven van de aardbodem te worden verwijderd. Monotheisme en fanatisme gaan hand in hand. Achnaton heeft dan ook een groot deel van de niet aan zijn god gewijde tempels van Egypte gesloten totdat de priesters van de concurrentie er een stokje voor wisten te steken door hem -naar algemeen vermoed wordt- om zeep te brengen. En het is niet toevallig dat het Oude Testament vol staat met vervloekingen van afgoderij en oproepen tot genocide.
De theistische god heeft zich in hoger sferen teruggetrokken. Hij is een God zonder aangezicht en zonder naam. Hij is weliswaar een abstractie maar kan zich toch naar believen in aardse zaken mengen. Hij mag daarbij volgens de zelfbenoemde deskundigen ter zake graag bestraffend optreden.
Hij is bovendien almachtig en ook algoed.
Deze God voldoet nog steeds naar de maatstaven van wat primitievere lieden zoals de voetballers die aan weerszijden van het veld voor de overwinning bidden. Of die Paus die Maria bedankte voor haar tussenkomst dat Zij het traject van de kogel die hem trof net buiten zijn hartstreek had weten te buigen zonder zich af te vragen of het misschien niet handiger ware geweest als Zij de kogel in het pistool had laten steken of de dader op het laatste moment op andere gedachten had gebracht. Of de gouveurneur van Texas die regengebedsdagen organiseert maar ontkent dat er een klimaatprobleeem is.
Beschaafdere lieden hebben sinds de Verlichting een probleem om die almachtigheid en algoedheid te verenigen met de werkelijkheid van het Lijden op de wereld. Of God is goed en hij moet machteloos toezien - of Hij heeft de macht om in te grijpen maar dan is hij kennelijk boosaardig.
Er is dan ook eeuwenlang veel in energie gestoken in pogingen om het probleem van het lijden en het kwaad met allerhande uitvluchten en hulpconstructies te verdonkeremanen. Van het type: wie hij lief heeft neemt hij tot zich. Terzijde, dit is een probleem dat Taoisme en Boeddhisme bij gebrek aan een serieus te nemen god in deze vorm niet kennen.
Bijkomend probleem: als de theistische God eens een keer een gebed verhoort en een wonder verricht komt hij in conflict met de wetten van de natuur (anders is er immers eigenlijk geen sprake van een wonder).
Dit is in de afgelopen eeuwen bij de gevorderde staat van de natuurwetenschappen blijkbaar steeds moeilijker voor Hem geworden.
God moest dus andermaal een gedaanteverandering ondergaan.
Ik sla nu voor het gemak de god van Spinoza maar even over en schakel meteen door naar de deistische god. Deze heeft de hele boel geschapen en in gang gezet maar interfereert verder niet. Geen conflict dus verder met de wetenschap en ook geen moreel dilemma. Het is hier op de aarde treurig gesteld maar daar kan hij ook niks aan doen. Anderzijds is het bidden en aanbidden daarmee natuurlijk een volstrekt nutteloze aangelegenheid geworden.
De deistische God heeft zich veilig achter de BigBang teruggetrokken. Verder kun je je uit het Universum niet terugtrekken. Opgelost in irrelevantie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen