zondag 27 november 2011

verkeerde voorspellingen 3: werkloosheid

Toen we rond de jaren 1980 weer eens in een periode van relatief hoge werkloosheid zaten meende ik oprecht dat dit een structureel probleem was en eerder erger dan beter zou worden. Dat leek ook heel plausibel. De mechanisering en rationalisering van de landbouw had de werkgelegenheid in de agrarische sector gereduceerd tot 5% van de beroepsbevolking. Dezelfde factoren waren hard op weg de werkgelegenheid in de industrie terug te brengen naar een 15 tot 20%. En de nieuwe informatietechnologie leek nu ook nog korte metten te gaan maken met de dienstverlenende sector.
Dus waar moest de werkgelegenheid vandaan komen?
Ik was ook bepaald niet de enige die met dit denkbeeld behept was.
Er deden allerlei creatieve ideeen voor eerlijke verdeling van dit schaarse goed de ronde zoals vervroegde uittreding op 58 jarige leeftijd voor degenen die al het genoegen hadden mogen smaken te werken, verplichte beperking van de werkweek tot 32 uur, meer dagen verplicht verlof etc.
Wie schetst dus mijn verbazing dat in 2010 de werkloosheid in een halve recessie maar ongeveer 5% is, bijna iedereen 45 uur werkt en binnenkort nog tot zijn 67 ste jaar door moet ook.
Volgens een rapport van Paul de Beer Krimpende arbeidsmarkt, een titel die overigens betrekking heeft op de toekomst tot 2050, is de beroepsbevolking in de periode van 1980 tot 2010 gegroeid van 5 miljoen naar 7.5 miljoen.
Wat al die mensen de hele dag uitspoken is mij een raadsel. Al zal het ongetwijfeld ergens te vinden zijn. Maar eerlijk toegegeven een groei van de beroepsbevolking met 50% is wel het laatste wat mij in die tijd voor ogen stond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen